Reptielen in het Zoniënwoud: discreet en kwetsbaar
Waarschijnlijk hebt u ze nog nooit gezien in ons mooie bos, want ze zitten maar op een paar plaatsen en houden zich bijzonder gedeisd ... De evolutie van het boslandschap in de voorbije decennia heeft hen niet veel plaats gelaten en er is niet veel meer voor nodig om hen hetzelfde lot te laten ondergaan als hun oudooms, de dinosauriërs. Maar misschien gloort er licht aan het einde van de tunnel voor onze vrienden ...
|
Drie uur 's middags, een dag in mei. Het regent al een paar dagen onophoudelijk ... Maar een paar uur geleden liet de zon voorzichtig een paar waterige straaltjes zien. In een langzaam tempo volgen we Noël Meeganck door de beukenkathedraal. Hij is bosbouwmedewerker bij Leefmilieu Brussel en neemt ons mee naar een van de laatste sectoren in het Brusselse bos waar een grote populatie hagedissen en hazelwormen leeft. Omdat ik elke dag in het Zoniënwoud ben, zie ik de natuur van heel dichtbij en daarbij tref ik regelmatig reptielen aan, vertelt Noël. Er wonen twee soorten in het bos. De kleine of levendbarende hagedis (zooteca vivipara) is er ruim vertegenwoordigd. De hazelworm (anguis fragilis) komt heel vaak voor in de gedeeltes waar de hagedis woont. Hij is verspreid over het hele bosmassief, maar meer versnipperd langs beekjes en paden, net zoals de hagedis. |
![]() |
In de zon
![]() |
Als we van de donkere, koele beukenkathedraal in een open plek komen, voelen we meteen het effect van de zon. Het contrast is enorm! Een groot grasveld nodigt ons uit om ons te koesteren in het zonnetje ... Wat precies is wat de hagedissen aan het doen zijn. Op één meter van ons ligt een exemplaar van de koudbloedige beesten uitgestrekt op een dode tak op de grond. Dat is zijn manier om zo veel mogelijk energie op te slaan om zijn metabolisme te activeren. Maar dit soort plekken zijn uiterst zeldzaam geworden in het bos. Met de steun van zijn bazen onderhouden Noël en de teams dit stukje grond, evenals de nabijgelegen open plekken en paden. Daarbij houden ze rekening met de aanwezigheid van de twee soorten: maaien met een zeis in plaats van met een machine, dode takken laten liggen in plaats van ze te verhakselen ... |
Y a pas de lézard?
Dit
soort acties zijn onmisbaar om deze populatiekern te behouden, maar
helaas onvoldoende om de dieren te laten overleven in het Zoniënwoud.
Volgens onderzoek kwam de hagedis vroeger veel meer voor, onder andere
op de voormalige heidevelden (nu vaak getransformeerd tot
dennenbossen), zoals in Blankendelle. Het was zelfs zo erg dat de
entomoloog Auguste Lameere in 1914 scheef dat hij voortwoekerde op alle
droge plaatsen. De huidige gegevens van het Zoniënwoud lijken te wijzen
op een verzameling van kleinere populaties, die onderling verbonden
zijn door de uitwisseling van individuele dieren en die in kleine
groepjes voorkomen in een reeks bossen, de spoorwegvallei Brussel-Namen
en aanpalende sites zoals het Vorsterieplateau.
|
Hoewel
uitwisselingen tussen verschillende bossen theoretisch mogelijk zijn,
zijn ze in de praktijk heel beperkt, zoals Noël op het terrein heeft
kunnen vaststellen. Daardoor wordt het behoud van de
reptielenpopulaties op lange termijn problematisch. De hagedissen
kunnen zich alleen ontwikkelen en nieuwe open plekken gaan bewonen als
er een ecologisch netwerk wordt aangelegd van dreven en rooipaden met
voldoende lichtinval, onbewerkte bermen en dode takken. De maatregelen
zouden ook ten goede komen aan de hazelworm, die een groter gedeelte
van het bosmassief bewoont, maar meer verspreid in kleine groepjes. Dat
geldt trouwens ook voor een hele reeks andere dieren, zoals vlinders.
Is er hoop op verbetering? Dat is nu nog moeilijk te zeggen. We houden
u op de hoogte... |
![]() |
> Contact en foto's: Franck Hidvégi
> Meer info: Jooris, R. (2007). Inventarisatie amfibieën en reptielen in het Brussels Hoofdstedelijk
Gewest. Rapport Natuurpunt Studie 2007/3, Natuurpunt Studie Werkgroep Hyla, Mechelen,
België.




