Outils personnels
Vous êtes ici : Accueil Natuur De zoogdieren De nachtelijke vleeseters

De nachtelijke vleeseters

Stinkend! Schadelijk! Bloeddorstig!... Scheldwoorden genoeg voor onze kleine wilde vleeseters, die hun heil danken aan hun uiterste discretie. Enkele soorten overleven in het Zoniënwoud.


Tijdens die nacht met volle maan ging ik naar buiten toe, ondanks de kou en het dikke sneeuwtapijt waardoor ik traag vooruitkwam. Mijn schaduw bewoog over de poedervlokken, die het geluid van mijn stappen dempten, toen opeens een silhouet over het pad schoot. Scherpe oren, korte poten, dikke staart … Geen twijfel mogelijk: een vos, al snel gevolgd door een tweede die vreemde schorre kreten uitstootte. Het was februari, midden in het voortplantingsseizoen van deze dieren, als ze heel actief en luidruchtig zijn. Een paar maanden later de tweede ontmoeting. Ik leunde met mijn rug tegen een beuk die uitkeek over een vallei vol hyacinten en mijn gedachten waren elders. Er viel een zonnestraal in een hol, waaruit plotseling de moeder tevoorschijn kwam, op de voeten gevolgd door een hele rits onhandige vosjes. Ze waren amper drie of vier weken en leerden nu al hun toekomstige vak van jager. Ze renden achter elkaar aan, ze beten op het puntje van hun staart of speelden met een oud karkas van een woudduif…

renard

Onze vos is zeker een roofdier, zoals blijkt uit zijn tanden, maar hij eet ook bessen, vruchten en alle afval die hij kan opscharrelen in de natuur (maar ook in de vuilnisbakken van grote steden). Wetenschappers delen hem in bij de vleeseters, samen met de das, de wezel en de fret. Maar ook met de wolf en de bruine beer, die onze streek al lang verlaten hebben, ook al verwijzen sommige plaatsnamen naar hun voormalige aanwezigheid in het Brussels Gewest: de Wolvengracht, het Wolvendaalpark…

empreinte

Ze leven allemaal in de schemer of de nacht. Overdag blijven ze in hun hol en ze zijn uiterst behoedzaam als ze toch het puntje van hun snuit moeten laten zien. Het is dus niet eenvoudig om ze te observeren en te bestuderen. Die moeilijkheid verklaart het huidige gebrek aan kennis over hun voorkomen in het Zoniënwoud. Onderzoekers baseren zich dus vaak op sporen van hun aanwezigheid: afdrukken (in de sneeuw of de modder, uitwerpselen (met verschillende vormen en afmetingen) of kadavers (langs de paden).

Schadelijk, echt?

Er werd lange tijd gejaagd op deze dieren en ze worden nog steeds op veel plaatsen 'vernietigd' door jagers, die in hen een geduchte concurrentie van hun jacht zien. Het klopt dat ze de jagers af en toe een fazant of partrijs 'ontfutselen', maar die paar lekkere hapjes mogen niet verhullen dat deze zogenaamde bloeddorstige dieren een essentiële ecologische functie vervullen. Want ze ruimen de kadavers op en beperken de snelle vermenigvuldiging van knaagdieren. En omdat een cijfer meer zegt dan een lang verhaal: wist u dat één enkele vos wel 600 muizen en veldmuisjes per jaar naar binnen kan werken? Dat is dus alleen maar goed voor de landbouw!

Discretie verzekerd...

Wie zijn ze en waar vinden we ze? Het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen maakte eind jaren negentig een stand van zaken op van de zoogdieren op het Brusselse grondgebied, in samenwerking met Leefmilieu Brussel. Opnieuw is het Zoniënwoud een grote bron van natuurlijke rijkdom, want het is het belangrijkste natuurgebied in het Gewest waar kleine vleeseters samenkomen.

De vos heeft zich bewonderenswaardig goed aangepast aan de veranderingen van de omgeving. Hij dringt tot de kern van de hoofdstad door vanuit de beboste zones. De andere vleeseters hebben zich teruggetrokken voor de oprukkende verstedelijking, in het Zoniënwoud en op andere plaatsen. 'De vos stelt het goed, maar de das is helemaal verdwenen uit het Zoniënwoud, als gevolg van de jacht,' vertelt Hellin de Wavrin, een natuurkenner die al meer dan 50 jaar onderzoek doet in het Zoniënwoud. 'Uit de gegevens die ik vond bij voormalige boswachters blijkt dat het opjagen en schieten van deze dieren doorging tot in de jaren zestig en in 1962 of 1963 zelfs leidde tot de uitroeiing van de soort in het bos. Latere observaties uit 1968 en 1974 bleken te gaan om dieren van buitenaf … En hoewel er gelukkig niet meer gejaagd wordt in het Zoniënwoud, is het dichte verkeersnetwerk rond het bos (wegen, ring) de oorzaak van de dood van het laatste exemplaar, dat in 1974 overreden werd op de Vorsterielaan in Bosvoorde,' aldus Hellin. Maar alle hoop op een terugkeer is nog niet verloren, want er werd begin 2009 een vos opgemerkt in Overijse, maar op een paar kilometer van het bos…

hellin

De otter komt al tientallen jaren niet meer voor in de waterlopen en vochtige delen van het Zoniënwoud, waar hij beschutting en onderdak vond. Zijn terugkeer is heel onwaarschijnlijk, want de waterhabitat is grondig gewijzigd.

De andere vleeseters zijn kleiner dan de vos en de das en zijn gemakkelijk te herkennen aan hun morfologie. De steenmarter en de marter zijn ongeveer even groot als een kat. Sinds een vijftiental jaar is de steenmarter in duidelijke opmars in het zuiden van het land, na een verbod op vergiftigd lokaas. Daardoor is hij onlangs weer verschenen in het Brussels Gewest. In tegenstelling tot de marter, waar hij heel sterk op lijkt, komt hij maar weinig voor in bossen. 'Maar het is niet onmogelijk dat hij af en toe in het Zoniënwoud komt', nuanceert Hellin, 'want ik heb onlangs een kadaver gevonden op de E411, op een paar meter van het Leonardkruispunt en ik heb er een gezien langs de ring, in Wezembeek.'

De marter lijkt ook uit te breiden in verschillende streken van het land. Er werd een dood exemplaar teruggevonden in 1999, die was overreden op de Brusselse grote ring, maar zijn aanwezigheid in de beukenkathedraal is nog niet bevestigd.

De bunzing is altijd aanwezig gewest in het Zoniënwoud, maar hij is moeilijk te observeren. Hij onderscheidt zich duidelijk van andere vleeseters door de afwisselende brede zwarte en witte banden op zijn kop, waardoor hij eruit zien als een gemaskerde 'boef'. Hij houdt bijzonder van de dichte begroeiing in de vochtige zones en aarzelt niet om kikkers en andere waterdieren te vangen. 'De bunzing is verspreid en de populatie in het bos is stabiel,' zegt Hellin. 'Maar we moeten de status van deze soort in de gaten houden, want die zou overal in Europa in achteruitgang zijn.'

putois

De hermelijn is zeldzamer dan de wezel en is te herkennen aan zijn iets grotere gestalte en het puntje van zijn zwarte staart. 'De wezel is nooit frequent geweest,' vertelt Hellin, 'want een bos is een minder gunstige omgeving voor hem. De hermelijn vertoont zich uitsluitend aan de rand van het bos, maar er zijn geen recente observaties meer in het Brussels Gewest.'

beletteWezel (foto: Marina Mergey)

hermineHermelijn (foto: Benoît Gauquie)

U ziet het, de situatie van de kleine vleeseters blijft voor een groot deel onbekend. Observaties zijn vaak toevallig. Dus als u het 1267geluk heeft er een tegen te komen, dan willen we graag uw observaties ontvangen. De zoogdierkundigen zullen u dankbaar zijn!

> Meer info:
Pdf van 'Dossier petits carnivores' op de website van Natagora (in het Frans)
De website van het Koninklijk Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen

> Foto's: Frédéric Barbe (vos), Jean Delacre (bunzing), Benoît Gauquie (hermelijn), Franck Hidvégi (afdruk van de das), Marina Mergey (wezel).

Par Franck Hidvegi - Dernière modification 17/12/2009 08:07
Actions sur le document