De vleermuizen
Vleermuizen vinden in het Zoniënwoud en omgeving uitstekende omstandigheden voor overwintering en voortplanting.
![]() Foto: F. Hidvégi |
De CORINE-inventaris noemt zeven soorten! Het gaat om de Mopsvleermuis, Barbastella barbastellus, met grote oren, de Rosse vleermuis, Nyctalus noctula, die te herkennen is aan haar snelle vlucht met scherpe wendingen, de Grootoorvleermuis, Plecotus auritus, met zeer grote, naar voren gerichte oren, en vier soorten van het geslacht Myotis: de Watervleermuis, Myotis daubentonii, de Meervleermuis, Myotis mystacinus, de Franjestaart, Myotis nattereri, en de Vale vleermuis, Myotis myotis. Vermelding verdient natuurlijk ook de kleinste - 5 cm, 8 g - en meest algemene (en daarom niet in CORINE opgenomen) vleermuis: de Dwergvleermuis, Pipistrellus pipistrellus, met korte oren. Zij komt in de schemering drinken, waarbij zij laag over het vijveroppervlak scheert. Al deze soorten zijn in de eerste plaats insecteneters. Het zijn nachtdieren die vanaf zonsondergang voedsel vergaren en de dag ondersteboven hangend in holle bomen, in kunstmatige holle ruimten, zolders enz. doorbrengen. |


