Voorwoord
 |
Lente, tijd van verrassingen … Alles was in slaap. De aarde leek dor. En kijk, in twee, drie weken is alles getransformeerd. Een weelderig tapijt van sneeuwklokjes versiert de bodem, onverwacht voor wie de tuin ontdekte. Verrassing. Cadeau van 'moeder natuur'. Verwondering. Tegelijkertijd een triest gevoel, omdat je weet dat het maar even duurt. Maar ook de kalme zekerheid dat je alleen tot volgend jaar hoeft te wachten, want de natuur zet haar levenswerk altijd voort. Hetzelfde geldt voor onze verhalen en onze projecten, op voorwaarde dat we er voldoende in investeren - totdat ze zijn ontkiemd.
Hieronder leest u alles over de lopende en toekomstige projecten: de overstekende dieren in het bos, een middag van het Platform, een nieuwe editie van Houd je woudje! … en een verrassende ontdekking.
En net zoals het bos open staat voor iedereen, zo wachten ook deze pagina's op uw bijdragen. Een paar keer per jaar vertellen ze alles over uw ontdekkingen, uw projecten, uw uitnodigingen! Dus alvast veel leesplezier en tot heel binnenkort.
|
Kort nieuws van het Platform
De volgende ontmoetingsmiddag van het platform vindt plaats op 14 juni van 14 tot 17 uur. Het is een uitgelezen kans om de minder bekende aspecten van het bos te leren kennen en andere gebruikers van het bos te ontmoeten. U ontvangt binnenkort een uitnodiging. |
Eind mei komen jongerenorganisaties, Leefmilieu Brussel en verenigingen die actief zijn in het Zoniënwoud samen om editie 2009 van Houd je woudje! voor te bereiden. |
Het Platform is aanwezig tijdens het Groot Milieufeest op 7 juni in het Jubelpark. Wij delen een stand over het Zoniënwoud met Leefmilieu Brussel en de Vrienden van het Zoniënwoud. Kom zeker even langs! |
Het tijdschrift Zicht op Zoniën lente-zomer 2009 is uit. U kunt gratis een exemplaar aanvragen bij Leefmilieu Brussel via een telefoontje naar 02/775.75.75 of het downloaden op de website van het Platform. |
Hoe kunnen we het Zoniënwoud opnieuw verbinden?
Het Zoniënwoud wordt doorkruist door talloze verkeersassen. Die verbreken de cohesie van het bos en maken de oversteek van dieren en planten moeilijk tot onmogelijk. Leefmilieu Brussel heeft een studie besteld om de impact op de fauna en flora van twee belangrijke verkeersassen te verminderen: de Terhulpsesteenweg en spoorlijn 161. |
Analyse van de situatie
De verkeersweg en de spoorweg liggen dichtbij elkaar, maar hebben toch een heel andere impact.
De Terhulpsesteenweg heeft een verkeersdichtheid van ongeveer 16.000 auto's per dag, dat wil zeggen 1 auto om de 5-6 seconden. Dat weerhoudt de dieren ervan om over te steken. Ze doen dat alleen uit noodzaak - bijvoorbeeld wanneer ze worden achtervolgd - en meestal op vaste plaatsen. Voor herten en everzwijnen toonde de studie aan dat de belangrijkste oversteekplaatsen in het noordelijke gedeelte van de weg liggen. De passages leiden regelmatig tot botsingen, die de dieren verwonden of doden. |
 |
Op spoorlijn 161 komt elke 8 tot 12 minuten een trein voorbij. Met de komst van het GEN zal deze frequentie nog toenemen. De voorbijkomende treinen vormen geen constante stroom, waardoor oversteken in zekere zin mogelijk is. Maar de structuur van de sporen vormt, evenals de structuur van de verkeersweg, een grote hindernis voor kleine en trage dieren, zoals amfibieën en reptielen, die bovendien afhankelijk zijn van een bepaalde habitat voor hun verplaatsingen.
Mogelijke oplossingen
 |
Er bestaan technische oplossingen om deze hindernissen te omzeilen. Het beste resultaat op milieugebied wordt verkregen met verbindingen die lokaal de structuur van het landschap herstellen, zoals natuurtunnels en natuurbruggen die respectievelijk onder en over de verkeersassen lopen.
Het voordeel van deze structuren is dat ook wandelaars, fietsers, ruiters en andere gebruikers van het bos de oversteekplaatsen kunnen gebruiken, want ook voor hen vormt de passage een probleem. Niettemin moet goed worden nagedacht over dit gedeelde gebruik, zodat een harmonieus samengaan tussen mens en natuur wordt bereikt.
|
Samenvattend doet de studie de volgende aanbevelingen:
- De bouw van een grote natuurbrug alleen voor fauna en flora (> 60 m) ten noorden van de Bundersdreef over de spoorweg.
- De bouw van een grote natuurbrug (>60 m) ten noorden van de Bundersdreef over de Terhulpsesteenweg, ook voor wandelaars, fietsers en ruiters.
- Daarnaast de aanleg van oversteekplaatsen voor kleine fauna langs de twee verkeersassen op regelmatige afstanden en gerichte voorzieningen voor bepaalde soorten op specifieke plaatsen.
>>> Ontdek voor meer informatie de Franstalige diaporama van deze studie door Stéphane Vanwijnsberghe.
Vogelspinnen in het Zoniënwoud!
Vogelspinnen in het Zoniënwoud?! Een flauwe grap, denkt u misschien. Of enkele specimens die per ongeluk zijn meegekomen in een kist exotisch fruit uit verre oorden. Niets is minder waar! In onze streken leeft een groep van deze spinnensoort die mensen zo veel koude rillingen bezorgt. En atypus affinis - dat is zijn wetenschappelijke naam - leeft zelfs onder de beukenkathedraal! |
Maar wees gerust! Met zijn 15 tot 20 mm lengte en zijn bruinachtige kleur is de atypus affinis een dwerg, in vergelijking met zijn grote broers en zussen in de tropische gebieden, waarvan de grootste exemplaren bijna 20 cm lang zijn en meestal meer contrasterende kleuren hebben. Toch is het een echte vogelspin, zoals je kunt zien aan zijn klauwen (cheliceren), die hij verticaal aanwendt om zijn prooien te vangen, wat hem onderscheidt van alle andere groepen van spinachtigen. |
 |
 |
De aanwezigheid van de vogelspin in het Brussels Gewest is echter niet nieuw, want oudere uitgaven traceren hem terug tot 1896, in Bosvoorde en in Ukkel. En na meer dan een eeuw zonder observaties, is hij onlangs opnieuw ontdekt. 'Ik heb deze spin iets meer dan 10 jaar geleden ontdekt, tijdens een wandeling door het bos,' vertelt natuurkenner Franck Hidvégi. 'De aanwezigheid van deze soort in België is dus geen nieuws, maar ik was verbaasd om enkele nesten aan te treffen aan de rand van een schaduwrijke weg, waar ik die nooit zou verwachten. Onlangs heb ik nog een plaats gevonden die gunstig is voor de soort, op een boshelling op de rand van het Brussels en het Vlaams Gewest. Sindsdien hou ik mijn ogen goed open als ik in het bos wandel.' |
In tegenstelling tot andere spinsoorten die maar één seizoen leven, heeft atypus een uitzonderlijke levensduur die wel 7 tot 8 jaar kan bedragen. Hij leeft in een buisvormig web dat lijkt op de vinger van een handschoen, half onder en half boven de grond. Dat web dient tegelijkertijd als schuiloord en als valstrik voor insecten, duizendpoten en pissebedden, die hij vangt in het bovengrondse gedeelte van zijn web.
Alleen tijdens de paarperiode en 's nachts verlaten de mannetjes hun web om op zoek te gaan naar een nest van een vrouwtje. Je ziet ze dus heel weinig! Je moet dus niet op zoek gaan naar toevallige exemplaren, maar naar de webben, als je de aanwezigheid van de soort op een bepaalde plaats wilt ontdekken. |
 |
 |
Maar waar moet je ze zoeken? Onze vogelspin houdt in het bijzonder van goed gedraineerde, zanderige of kalkachtige en zonnige plaatsen. Waarschijnlijk kwam hij vroeger meer voor, vooral in heidevelden. Maar in het Zoniënwoud zijn die helemaal verdwenen en er bestaan nog slechts enkele heidestruiken hier en daar, langs holle, zonnige en niet geërodeerde wegen.
Met zijn aanwezigheid op twee plaatsen is de atypus affinis dus een zeldzame soort in het Zoniënwoud. Maar hij laat zich niet gauw betrappen, dus het is best mogelijk dat u hem plots ook aantreft op andere plaatsen in het Zoniënwoud. Dus als u hem ziet, aarzel dan niet om uw observaties aan ons door te geven! |
> Contact & foto's : Franck Hidvégi
> Meer weten? Bekijk de spinnenfoto's van Richard Louvigny >>>
|