Outils personnels
Vous êtes ici : Accueil Gebruik van het bos Onderzoeken Dood doet Leven, ook in het Zonienwoud

Dood doet Leven, ook in het Zonienwoud

“Er is leven, er is leven na de dood” ... “heb je je doodsangst overwonnen, wordt het alle dagen feest” zong Freek de Jonge of concreet, hoe het kadaver van een ree een welgekomen maaltijd voor natuurlijke aaseters kan zijn.

 

Voor zowat 20 jaar moesten alle omgewaaide bomen en dode bomen uit onze bossen verwijderd worden.
Vandaag houden we excursies in onze bosreservaten om te kijken naar de massa’s ‘liggend hout’ en de steeds grote wordende biodiversiteit die dit alles met zich meebrengt.

De woorden “boomlijk”, “boomruïne” en “integraal bosreservaat” hebben ingang gevonden
Net zoals dood hout een positieve invloed heeft op de aanwezigheid van spechten, paddestoelen en kevers, zo ook hebben dode dieren een invloed op spectaculaire soorten als vos, everzwijn, marter en voor de oplettende speurder een enorme diversiteit aan insecten en soms ook paddestoelen.

Kadavers van grote zoogdieren moesten uit onze natuur- en bosgebieden verwijderd worden.
Langzaam maar zeker leren we dat ook die kadavers hun plaats hebben in de recyclingprocessen van een natuurlijk ecosysteem.
dood doet leven 3

Echter, dode dieren leiden nog steeds aan een slecht imago. Ze worden ondergebracht onder de noemer ‘walgelijk’ of geassocieerd met ‘besmettelijke ziekten’. Ook de ingenieuze systemen van opruimploegen die de natuur hiervoor voorziet, leiden onder dit slechte imago.
Studies naar de organismen die een dergelijk kadaver aantrekt, zijn nog maar weinig gedaan.

 

In het Zoniënwoud werd ruim een jaar terug, i.s.m. de Nederlandse collega’s van ARK Natuurontwikkeling, Staatsbosbeheer en Natuurmonumenten een studie opgestart. Recent werd het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie (NICC) ook een deelnemende partner.

Het Zoniënwoud is gelegen ten zuidoosten van Brussel en is doorsneden door vele wegen, waaronder de ring RO. Als grote zoogdieren komen ree, vos en everzwijn voor. Er zijn zowel droge als meer vochtige beukenbestanden, maar ook eiken- en sporadisch naaldhoutbestanden aanwezig. Dit gegeven is van belang voor de studie van de natuurlijke opeenvolging van kevers en andere insecten op kadavers.

Kortom, het Zoniënwoud is dus uitermate geschikt voor het volgen van deze natuurlijke opeenvolging.

 

 
Rijkdom voor de natuur, maar ook voor de recreant, want het proces van dood tot leven laat zich gemakkelijk observeren.

 

Bedoeling van het project in het Zoniënwoud is

  • een monitoring te doen van de betrokken soorten,

  • de biodiversiteit te verhogen bv. in het kader van het Europese project ‘Gewestelijke Instandhouding Doelstellingen’ (G-IHD)

  • en het publiek langzaam vertrouwd te maken met de aanwezigheid van dode dieren in de natuur.

Dat we hierdoor ook leren waar de meeste verkeersslachtoffers onder deze dieren vallen (deze plaatsen werden met GPS opgemeten), is best meegenomen voor een studie: “waar leg ik nu het ecoduct exact aan?”.

 

Met de release van “Viva la Vida” van Coldplay (najaar 2008) en de song ‘Death and All His Friends’ [No I don't want to battle from beginning to end ; I don't want a cycle of recycled revenge ; I don't want to follow Death and all of his friends] werd de toon gezet voor dit onderzoek.

   

Het afbraakproces valt in vijf fasen in te delen.

 

1e fase

Dit wordt de verse fase genoemd. Als eerste verschijnen de kleine vliegjes en de kleine soorten kortschildkevers. De groene vleesvlieg is soms al binnen een uur bij een kadaver.

 

2e fase

 

3e fase

  

4e fase

Dit is de late rotting. Vele larven van aaskevers alsook de volwassen aaskevers, maar ook nog steeds de spiegelkevers en de grote kortschildkevers zijn aanwezig.
Zodra grote aaseters bij een kadaver kunnen, blijkt het gewicht na 6 dagen nog amper 15 tot 20% van het oorspronkelijke gewicht te zijn.
Na 3 tot 9 weken ligt het kadaver dan grotendeels uit elkaar.
Wanneer er nu geen grote aaseters zoals vos, everzwijn, das of raaf zijn, is na 1 tot 2 weken het lichaamsgewicht nog 75%.

 

5e fase

ook wel het droge stadium genoemd. In deze latere fase (na 12 tot 14 weken) droogt het kadaver uit, de vliegenmaden verlieten het karkas en dan is de tijd gekomen voor soorten als spektorren, aaskevers en beenderknagers. Er resteren slechts botten en huid. Op deze resten leven specialisten zoals de hoefzwam. De overgebleven botten zijn zeer welkom voor de calcium- en fosforbehoeften van dieren. Zij verspreiden dan ook de botten over het terrein.

 

In eerste stadium werden enkel zichtwaarnemingen gedaan ofwel via de camera’s ofwel via plaatsbezoek. Dit ging enkel over de “grotere en gemakkelijk” te determineren soorten.

Het was pas in een tweede fase dat het NICC een actieve partner in dit onderzoek werd. Zij namen de entomologische (detail)determinatie voor hun rekening en dit in relatie met het onderzoek op menselijke resten. Op elke crime scene moeten staalnames uitgevoerd worden met waakzaamheid voor de bewaring van de aanwezige sporen. Een groot aantal verschillende criminalistieke disciplines kunnen immers een rol spelen, en het is dus belangrijk om ook de taken van de andere experten of onderzoekers niet te verhinderen. Coördinatie tussen de verschillende personen die tussenkomen is dus onontbeerlijk.

De entomologische staalnames hebben wel een belangrijke bijzonderheid: ze zijn levend ! Het is dus onmogelijk om, zoals bij andere sporen, de overtuigingsstukken in beslag te nemen en te wachten op de ontwikkelingen van het onderzoek om het vervolg van de werken aan te vangen. De staalnames moeten dus onmiddellijk, volledig en representatief zijn; en dit alles met een minimalisatie van de stress voor de insecten. 

Met het aan boord nemen van het NICC werd een grote stap vooruit gezet in dit project.

 

Afhankelijk van de plaats waar het kadaver ligt (gesloten of open bos), het tijdstip van de dood in het jaar (koud winter of warme zomer), de lokaal heersende temperatuur, de gebruikte onderzoeksmethode, tussenkomst van grotere aaseters en bijgevolg bereikbaar maken voor zuurstof voor een versnelde afbraak … kan het rottingsproces en het aantal soorten sterk verschillen.

Tijdens het onderzoek in het Zoniënwoud werd gebruik gemaakt van automatische camera’s die zowel beelden of filmpjes maakten, maar ook van thermometers die ieder uur de temperatuur registreren. Beelden maken kan zowel overdag als ’s nachts. Van zodra er beweging nabij het kadaver waargenomen werd, fotografeerde de camera de bezoeker.

Wekelijks werd een bezoek gebracht aan het kadaver waarbij de waargenomen soorten, al dan niet in de opgestelde valletjes, en hun aantal genoteerd en gefotografeerd werden.

 

 

Na het terreinonderzoek werd de beslissing genomen om het project aan het publiek voor te stellen.

Dit gebeurt enerzijds via krantenartikels, een wandelparcours en anderzijds via een presentatie op 01 november 2009.

Op 8 juli kwamen de drie beheerders van het Zoniënwoud [ANB (Vlaamse Gewest), BIM (Brussels Gewest) en DNF (Waals Gewest) samen voor een veldexcursie Dood doet Leven, ook in het Zoniënwoud. In de namiddag werd het circuit, waarlangs een dode reebok lag, opengesteld voor het publiek.

 

Al jaren zijn we gewoon om omgewaaide, ontwortelde bomen in de natuur te laten liggen.

Deze natuurlijke recycling biedt nieuwe niches en betekent in vele opzichten een verrijking voor de natuur.

Ook dode dieren zouden in natuur- en bosgebieden moeten blijven liggen. Dat dit levenskansen biedt aan insecten en aan allerlei andere organismen heeft het onderzoek in het Zoniënwoud nu al overduidelijk aangetoond.


Goed te weten: 

Dood doet Leven kan ook rechtstreeks op internet gevolgd worden op www.dooddoetleven.nl

Graag uw reacties bij Dirk Raes, boswachter bij het Agentschap voor Natuur en Bos op dirk.raes@lne.vlaanderen.be 

 

 

Par Dirk Raes - Dernière modification 17/06/2010 07:09
Actions sur le document